Thuismonitoring bouwt voort op bestaande ervaring (o.a. JBZ/JBH) en wordt opgeschaald naar een uniforme regionale aanpak. Doel is brede inzet voor chronische zorg, zelfzorg en welzijn, passend bij “zelf, thuis, digitaal tenzij zorg nodig is”.
Inleiding en visie
Het project Thuismonitoring in Noordoost-Brabant richt zich op het realiseren van passende zorg en ondersteuning rondom de inwoner. Het uitgangspunt daarbij is het leidende principe “zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan en alleen met zorg als het moet”. Dit principe vormt het toetsingskader voor iedere hulpvraag en beschrijft hoe ondersteuning meebeweegt met de levensfase van de inwoner. Thuismonitoring is hierin geen doel op zich, maar een belangrijk instrument binnen een bredere digitale ondersteuningslaag die bijdraagt aan zelfredzaamheid, participatie en passende zorg.
Context en aanleiding
De ontwikkeling van thuismonitoring vindt plaats tegen de achtergrond van een groeiende zorgvraag, personeelstekorten en de wens om inwoners langer zelfstandig thuis te laten wonen. Uit het adviesrapport eHealth blijkt dat digitale toepassingen nog te vaak versnipperd worden ingezet en onvoldoende structureel zijn ingebed in het zorg- en ondersteuningslandschap. Tegelijkertijd is er een duidelijke behoefte aan regionale coördinatie, standaardisatie en samenwerking om de impact van digitale zorg te vergroten.
Bestaande praktijk en regionale kracht
Binnen Noordoost-Brabant is al veel ervaring opgedaan met thuismonitoring, met name vanuit het Jeroen Bosch Ziekenhuis en de Jeroen Bosch Huisartsen. Hier worden al jaren zorgpaden ondersteund met thuismonitoring via een centraal monitoringscentrum. Met duizenden aangesloten patiënten en tientallen zorgpaden is aangetoond dat thuismonitoring leidt tot meer eigen regie voor patiënten, lagere werkdruk voor professionals en behoud van kwaliteit van zorg. Deze aanpak is inmiddels zo volwassen dat deze onderdeel is geworden van de landelijke Cumuluz propositie voor thuismonitoring.
De opgave voor de regio
Ondanks deze sterke basis is de huidige situatie versnipperd. Verschillende subregio’s, organisaties en sectoren ontwikkelen thuismonitoring op eigen wijze, met uiteenlopende zorgpaden, applicaties en werkwijzen. Daarnaast bestaat er een verschil in benadering tussen het medische domein en het sociale domein. Hierdoor ontstaat het risico op parallelle oplossingen, inefficiënt gebruik van middelen en beperkte schaalbaarheid. De centrale opgave is daarom om te komen tot een uniforme, schaalbare en toekomstbestendige inrichting van thuismonitoring voor de gehele regio.
Doelstelling van het project
Het project heeft als doel om regionale samenhang aan te brengen in de ontwikkeling en toepassing van thuismonitoring. Daarbij worden keuzes gemaakt over de technische inrichting, de fasering en de samenwerking tussen partijen. Het project realiseert zelf geen volledige implementatie, maar legt de randvoorwaarden vast voor opschaling en borging. Dit moet leiden tot een situatie waarin thuismonitoring als integraal onderdeel van zorg en ondersteuning wordt ingezet, met een duidelijke koppeling tussen medisch en sociaal domein.
Thuismonitoring als onderdeel van de inwonerreis
Thuismonitoring wordt niet gezien als een losstaande toepassing, maar als onderdeel van een bredere eHealth-benadering die meegroeit met de inwoner. In de fase van zelfredzaamheid ondersteunt digitalisering inwoners bij het behouden van regie en het voorkomen van zorg. In de fase waarin ondersteuning nodig is, fungeert thuismonitoring als verlengstuk van professionals en maakt het vroegsignalering en zorg op afstand mogelijk. In de fase van intensieve zorg wordt thuismonitoring randvoorwaardelijk voor veiligheid, continuïteit en samenwerking tussen zorgverleners en mantelzorgers.
Relatie met eHealth en bredere digitalisering
Thuismonitoring is een specifieke toepassing binnen het bredere domein van eHealth. Waar eHealth een brede set aan digitale toepassingen omvat, richt thuismonitoring zich specifiek op het op afstand volgen van gezondheidsparameters en signalen. De meeste waarde ontstaat wanneer thuismonitoring wordt geïntegreerd in een bredere digitale infrastructuur waarin ook andere vormen van ondersteuning, communicatie en gegevensuitwisseling zijn opgenomen.
Rol van de RSO VOORuit
De RSO VOORuit speelt een centrale rol in het faciliteren van deze ontwikkeling. De RSO richt zich op het realiseren van een digitale nutsvoorziening waarmee gegevens beschikbaar worden gesteld, interoperabiliteit wordt geborgd en samenwerking tussen partijen wordt ondersteund. De RSO bepaalt geen zorginhoudelijke processen, maar zorgt ervoor dat de digitale ondersteuning flexibel genoeg is om verschillende zorgprocessen te faciliteren en te verbinden.
Projectaanpak en fasering
De projectaanpak is gefaseerd en begint met het opschalen van bestaande succesvolle initiatieven, zoals het monitoringscentrum van Jeroen Bosch Thuis. Vervolgens wordt een analyse uitgevoerd naar toepassingen in de VVT en het sociaal domein. Op basis van deze inzichten vindt bestuurlijke besluitvorming plaats over de inrichting van één gezamenlijke technische voorziening. Daarna volgt de gefaseerde opschaling naar regionaal niveau. Deze aanpak zorgt ervoor dat keuzes worden gebaseerd op praktijkervaring en dat draagvlak ontstaat bij alle betrokken partijen.
Brede uitrol en uniform concept
De belangrijkste uitdaging voor de komende jaren ligt in het realiseren van een brede uitrol van thuismonitoring in heel Noordoost-Brabant. Dit vraagt om een uniform concept voor chronisch zieke inwoners, waarbij zorgpaden, werkwijzen en digitale ondersteuning zoveel mogelijk worden gestandaardiseerd. Tegelijkertijd moet ruimte blijven voor lokale verschillen en specifieke behoeften van organisaties en doelgroepen.
Verbreding naar welzijn en zelfzorg
Naast de uitrol in de chronische zorg ligt er een belangrijke opgave in het verbreden van thuismonitoring naar het sociaal domein. Dit betekent dat thuismonitoring niet alleen wordt ingezet voor medische monitoring, maar ook voor ondersteuning bij langer thuis wonen, zelfzorg en welzijn. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de rol van het sociale netwerk, mantelzorgers en preventie. Dit sluit aan bij de bredere beweging naar netwerkzorg en integrale ondersteuning.
Samenwerking en regionale samenhang
Het succes van thuismonitoring is afhankelijk van samenwerking tussen alle betrokken partijen, waaronder ziekenhuizen, huisartsen, VVT-organisaties, gemeenten en welzijnspartijen. De regio zet daarom in op kennisdeling, hergebruik van bestaande oplossingen en gezamenlijke besluitvorming. Door deze samenwerking kan versnippering worden voorkomen en kan worden toegewerkt naar een samenhangend en schaalbaar systeem.
Baten en impact
De verwachte impact van thuismonitoring is groot. Voor inwoners betekent het meer regie, meer comfort en betere kwaliteit van leven. Voor professionals betekent het een lagere werkdruk en efficiëntere inzet van capaciteit. Voor het zorgsysteem als geheel draagt het bij aan kostenbeheersing, betere doorstroming en het voorkomen van zwaardere zorg. Daarnaast versterkt het de samenwerking tussen domeinen en draagt het bij aan een toekomstbestendig zorglandschap.
Conclusie
Het project Thuismonitoring vormt een cruciale stap in de transformatie van zorg en ondersteuning in Noordoost-Brabant. Door voort te bouwen op bestaande ervaring, aan te sluiten bij landelijke ontwikkelingen en te sturen op regionale samenhang wordt gewerkt aan een uniforme en schaalbare aanpak. De combinatie van standaardisatie, samenwerking en digitale ondersteuning maakt het mogelijk om thuismonitoring breed toe te passen en bij te dragen aan passende zorg voor alle inwoners.
Het project Thuismonitoring bevindt zich momenteel in de initiële fase van uitwerking en besluitvorming. Op basis van de bestaande regionale initiatieven en de uitgevoerde inventarisaties is een gezamenlijk projectvoorstel opgesteld, waarin de richting, scope en fasering van het project zijn uitgewerkt.
Een belangrijke stap in de voortgang is dat het projectvoorstel op 20 april 2026 bestuurlijk wordt besproken. In deze fase ligt de nadruk op het verkrijgen van bestuurlijk commitment voor de voorgestelde aanpak, met name gericht op het realiseren van regionale samenhang en het voorkomen van verdere versnippering. Aansluitend wordt toegewerkt naar definitieve vaststelling op 1 juni 2026, waarmee formeel gestart kan worden met de uitvoering van de eerste fasen.
Inhoudelijk is de voortgang zichtbaar op drie sporen. Ten eerste wordt voortgebouwd op de reeds bewezen aanpak van thuismonitoring binnen het Jeroen Bosch Ziekenhuis en de huisartsenketen, waarbij opschaling van het monitoringscentrum (Jeroen Bosch Thuis) richting andere subregio’s wordt voorbereid. Dit vormt de basis voor de verdere regionale uitrol.
Ten tweede wordt gewerkt aan het verkrijgen van inzicht in de verschillende toepassingscontexten van thuismonitoring, namelijk chronische zorg, langer en beter thuis en toepassingen in het sociaal domein. Hiervoor wordt een analyse uitgevoerd waarin processen, rollen, gegevensbehoefte en samenwerking tussen domeinen in kaart worden gebracht.
Ten derde wordt parallel hieraan gewerkt aan de positionering van thuismonitoring binnen de bredere eHealth-ontwikkeling en de digitale nutsvoorziening van de RSO VOORuit. Hierbij wordt nadrukkelijk gestuurd op standaardisatie, hergebruik en aansluiting op landelijke ontwikkelingen zoals Cumuluz.
De komende periode staat in het teken van het afronden van de analysefase en het voorbereiden van bestuurlijke besluitvorming over de inrichting van één regionale technische voorziening. Na vaststelling zal worden gestart met gefaseerde opschaling, waarbij eerst bestaande initiatieven worden uitgebreid en vervolgens nieuwe toepassingsgebieden worden aangesloten.
Met deze aanpak wordt stap voor stap toegewerkt naar een uniforme, schaalbare en toekomstbestendige inrichting van thuismonitoring in Noordoost-Brabant, met als doel brede toepassing voor chronische zorg, zelfzorg en ondersteuning in de thuissituatie.