Noordoost-Brabant bouwt aan zorgcoördinatie acute zorg via databeschikbaarheid, gegevensuitwisseling, capaciteitsinzicht (LPZ) en proactieve zorgplanning. Dit zorgt voor integraal patiëntinzicht, betere samenwerking en passende zorg.
De Regioradar RSLNL voor Noordoost-Brabant beschrijft de ontwikkeling naar een samenhangend en toekomstbestendig digitaal zorglandschap waarin zorgcoördinatie centraal staat. Een essentiële randvoorwaarde hiervoor is dat zorgprofessionals snel en betrouwbaar beschikken over een integraal en actueel beeld van de patiënt. Dit omvat de medische voorgeschiedenis, de actuele situatie en de behandelwensen. Alleen met dit volledige inzicht kunnen zij de juiste urgentie bepalen en passende vervolgzorg organiseren.
Om dit mogelijk te maken, wordt binnen de regio ingezet op een gecombineerde aanpak van gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid. Deze benaderingen worden niet als alternatief gezien, maar als complementair: gegevensuitwisseling faciliteert gestructureerde overdracht tussen zorgverleners, terwijl databeschikbaarheid real-time toegang biedt tot relevante informatie op het moment van zorgverlening.
De basis voor gegevensuitwisseling ligt in de landelijke informatiestandaard acute zorg, zoals ontwikkeld binnen het programma Met Spoed Beschikbaar 2.0. Binnen Noordoost-Brabant wordt ingezet op het realiseren van de bijbehorende berichtenstromen, waaronder spoedmeldingen, verwijzingen, overdrachten en rapportages.
De implementatie hiervan vindt gefaseerd plaats en is afhankelijk van landelijke ontwikkelingen, zoals normering, leveranciersadoptie en wetgeving, waaronder de Wegiz. Er wordt nadrukkelijk aangesloten bij bestaande landelijke en regionale initiatieven en financieringsstromen, waardoor geen aparte investeringen nodig zijn voor de technische implementatie van deze standaard.
Tegelijkertijd wordt onderkend dat volledige implementatie tijd kost en afhankelijk is van externe factoren. Daarom is aanvullende inzet nodig om op korte termijn beter inzicht te realiseren in relevante patiëntgegevens.
Als aanvulling op gegevensuitwisseling wordt ingezet op databeschikbaarheid. Hierbij worden gegevens uit verschillende bronsystemen ontsloten en beschikbaar gemaakt op het moment dat deze nodig zijn, zonder afhankelijk te zijn van afzonderlijke berichtenuitwisselingen.
Deze functionaliteit wordt gerealiseerd via het Regionaal Gezondheidsinformatiestelsel (RGIS), dat fungeert als regionaal knooppunt binnen een landelijk netwerk van infrastructuren. De regio sluit hierbij aan op bestaande oplossingen, zoals de aanpak uit ROAZ Limburg, om hergebruik en schaalbaarheid te bevorderen.
Een belangrijk uitgangspunt is dat niet alleen de traditionele acute zorgketen wordt meegenomen, maar ook de VVT- en GGZ-sectoren. Deze sectoren spelen een cruciale rol in het voorkomen van instroom in de medisch-specialistische zorg en in het organiseren van passende vervolgzorg. Daarom wordt bij de inrichting van databeschikbaarheid expliciet rekening gehouden met informatie uit deze domeinen.
De combinatie van gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid ondersteunt de inrichting van zorgcoördinatie. Regionale functies zoals het Regionaal Coördinatiepunt (RCP) en het Regionaal Coördinatieteam (RECO) moeten beschikken over integraal inzicht in patiëntgegevens om effectief triage, coördinatie en toeleiding naar zorg te organiseren.
Dit vraagt om domeinoverstijgende beschikbaarheid van informatie, inclusief gegevens uit de VVT en GGZ, zodat zorgvragen beter kunnen worden afgebogen en passende zorg sneller kan worden ingezet.
Naast patiëntinformatie is inzicht in beschikbare capaciteit essentieel. Binnen Noordoost-Brabant wordt hiervoor het Landelijk Platform Zorgcoördinatie (LPZ) ingezet als centraal instrument.
De ziekenhuiscapaciteit is reeds inzichtelijk via het LPZ. De huidige focus ligt op uitbreiding naar de VVT- en GGZ-sectoren, zodat een integraal beeld ontstaat van beschikbare capaciteit binnen de gehele zorgketen. De implementatie vindt gefaseerd plaats, met als doel functioneel gebruik in de VVT na de zomer van 2026.
Het LPZ wordt gekoppeld aan bestaande regionale coördinatiestructuren, zoals het RCP en RECO, zodat capaciteitsinformatie direct gebruikt kan worden in het zorgproces. Dit draagt bij aan betere doorstroom en effectievere inzet van zorg.
Proactieve zorgplanning vormt een belangrijke aanvulling op patiëntgegevens en capaciteitsinzicht. Waar deze inzicht geven in wat mogelijk is, geeft proactieve zorgplanning inzicht in wat wenselijk is vanuit het perspectief van de patiënt.
Het beschikbaar maken van behandelwensen en -grenzen, zoals niet-reanimeren, ondersteunt zorgprofessionals bij besluitvorming in acute situaties. Dit voorkomt niet-passende zorg en draagt bij aan doelmatig gebruik van capaciteit.
Binnen de regio wordt gewerkt aan een samenhangend kader voor proactieve zorgplanning, inclusief afspraken over inhoud, proces en governance. De digitale ontsluiting vindt plaats via het RGIS, zodat deze informatie beschikbaar is voor alle relevante zorgverleners.
De ontwikkeling in Noordoost-Brabant vindt plaats in nauwe samenwerking met andere regio’s en RSO’s binnen Noord-Brabant. Er wordt actief ingezet op het delen van kennis, hergebruik van oplossingen en het voorkomen van versnippering.
Tegelijkertijd bestaan er verschillen in scope, aanpak en fasering tussen regio’s. Dit brengt risico’s met zich mee voor standaardisatie en hergebruik, maar biedt ook kansen om verschillende oplossingen in de praktijk te testen en van elkaar te leren.
Effectieve samenwerking vraagt om duidelijke afspraken over wat uniform moet zijn en waar ruimte is voor regionale verschillen, evenals actieve regie en bestuurlijke borging.
Voor het slagen van de aanpak zijn verschillende randvoorwaarden van belang. De beschikbaarheid en kwaliteit van brondata vormen een kritische factor, evenals standaardisatie en interoperabiliteit. Daarnaast zijn duidelijke afspraken nodig over autorisatie, toestemming en informatieveiligheid.
Ook afhankelijkheden van leveranciers en landelijke ontwikkelingen spelen een rol in het tempo van implementatie. Tot slot is adoptie in de praktijk essentieel: zonder gebruik in het primaire proces blijft de impact beperkt.
Dit project laat zien dat Noordoost-Brabant gericht werkt aan een samenhangende inrichting van digitale zorgcoördinatie. Door de combinatie van gegevensuitwisseling, databeschikbaarheid, capaciteitsinzicht en proactieve zorgplanning ontstaat een stevig fundament voor passende zorg.
De kracht van de aanpak ligt in de integrale benadering en de koppeling tussen regionale uitvoering en landelijke ontwikkelingen. Hiermee wordt toegewerkt naar een schaalbaar en toekomstbestendig zorgsysteem waarin de juiste zorg op de juiste plek wordt geleverd.
Het IZA-transformatieplan van NAZB is goedgekeurd. Dit markeert een belangrijke mijlpaal en vormt het startpunt voor de verdere uitvoering binnen de regio Noordoost-Brabant. Voor de RSO Noordoost-Brabant betekent dit dat invulling wordt gegeven aan drie vastgestelde KPI’s ter uitveoring door de RSO VOORuit, gericht op de gefaseerde realisatie van zorgcoördinatie en de bijbehorende digitale randvoorwaarden.
De eerste KPI betreft het opleveren van een rapport waarin de inventarisatie van de huidige situatie, behoeften en randvoorwaarden in de regio is uitgewerkt. Dit rapport is inmiddels opgesteld en ligt momenteel ter goedkeuring voor bij de stuurgroep acute zorg Noordoost-Brabant. In het rapport wordt onder andere ingegaan op het belang van integraal inzicht in patiëntgegevens, de combinatie van gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid, en de rol van regionale en bovenregionale samenwerking in de verdere ontwikkeling van zorgcoördinatie.
Parallel aan deze fase wordt gewerkt aan de tweede KPI: het opstellen van een plan van aanpak. Dit plan beschrijft de concrete stappen, prioritering en inrichting van de uitvoering in de regio en is momenteel in voorbereiding.
Na goedkeuring van het plan van aanpak zal worden overgegaan tot de realisatiefase, waarmee invulling wordt gegeven aan de derde KPI. Deze fase richt zich op de daadwerkelijke implementatie van de beoogde oplossingen en werkwijzen, met als doel om uiterlijk eind 2027 de beoogde resultaten te realiseren.
Met deze gefaseerde aanpak wordt toegewerkt naar een samenhangende en toekomstbestendige inrichting van zorgcoördinatie in Noordoost-Brabant, in lijn met de doelstellingen van het IZA en het transformatieplan van NAZB.