Project voor de aansluiting van alle relevante partners op het Landelijk Platform Zorgcoördinatie (LPZ)
Inleiding en context
Het Landelijk Platform Zorgcoördinatie (LPZ) is een landelijke voorziening die voortkomt uit het Integraal Zorgakkoord en gericht is op het realiseren van structureel inzicht in beschikbare zorgcapaciteit binnen de acute zorgketen. De aanleiding is dat de zorgvraag sneller groeit dan de beschikbare capaciteit en dat acute zorg niet langer per sector georganiseerd kan worden. Inzicht in capaciteit wordt gezien als een noodzakelijke randvoorwaarde voor zorgcoördinatie en daarmee voor het verbeteren van de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van zorg. Het doel is om zorgverleners beter te ondersteunen bij het vinden van de juiste plek voor een patiënt en om de doorstroming in de keten te verbeteren.
Doel en positionering van LPZ
Het LPZ heeft als doel om real-time inzicht te bieden in beschikbare capaciteit in de acute zorgketen. Dit inzicht ondersteunt het primaire zorgproces doordat sneller en gerichter kan worden gezocht naar beschikbare capaciteit. Daarnaast ondersteunt het regionale samenwerking doordat ketenpartners inzicht krijgen in elkaars capaciteit en beter kunnen afstemmen. Op strategisch niveau maakt het gebruik van geaggregeerde data het mogelijk om beter te sturen op capaciteit en beleid te ontwikkelen. Het LPZ richt zich nadrukkelijk op capaciteitsinformatie en niet op patiëntgegevens. Daarmee vormt het een aanvulling op andere digitale voorzieningen die zich juist richten op inhoudelijke gegevensuitwisseling.
Modulaire opbouw van het LPZ
Het LPZ wordt opgebouwd uit verschillende modules per sector, waaronder acute V&V, acute GGZ, huisartsenspoedposten, ambulancezorg en ziekenhuismodules. Deze modulaire aanpak maakt het mogelijk om gefaseerd te ontwikkelen en aan te sluiten, terwijl op termijn een integraal beeld ontstaat van de gehele acute zorgketen. De acute V&V-module is één van de eerste modules die landelijk wordt uitgerold en vormt daarmee een belangrijk startpunt.
De acute V&V-module als startpunt
De keuze om te starten met de acute V&V-module binnen de RSO VOORuit is logisch omdat de ouderenzorg een cruciale rol speelt in de doorstroming van de keten. Een groot deel van de druk in de acute zorg ontstaat doordat patiënten niet tijdig kunnen doorstromen naar passende vervolgzorg. In de huidige situatie wordt capaciteitsinformatie in de VVT-sector versnipperd gedeeld via telefoon, mail of losse systemen, waardoor overzicht ontbreekt. De V&V-module biedt hiervoor een uniforme oplossing in de vorm van een dashboard waarin actuele capaciteit zichtbaar is op lokaal, regionaal en landelijk niveau.
Functionele werking van de V&V-module
De V&V-module maakt inzichtelijk welke bedden beschikbaar zijn voor acute en tijdelijke opname, zoals eerstelijnsverblijf en crisisbedden. Dit stelt zorgverleners en coördinatiefuncties in staat om sneller een passende plek te vinden voor patiënten. Daarnaast ondersteunt de module de regionale coördinatie doordat coördinatiepunten een integraal overzicht krijgen van de beschikbare capaciteit. De module faciliteert daarmee betere triage, snellere plaatsing en efficiënter gebruik van schaarse capaciteit. Het systeem ondersteunt de samenwerking tussen VVT, ziekenhuizen, huisartsen en andere ketenpartners zonder dat patiëntgegevens worden uitgewisseld.
Governance en regie
Een belangrijk uitgangspunt van het LPZ is dat de regie bij de sector zelf ligt. Voor de V&V-module betekent dit dat de regionale coördinatiefuncties ouderenzorg en de VVT-organisaties verantwoordelijk zijn voor implementatie en gebruik. De netwerkbureaus acute zorg hebben een faciliterende rol en ondersteunen bij de implementatie. In Noordoost-Brabant vindt uitvoering plaats onder regie van de RSO VOORuit waarbij de VVT-partners die samenwerken binnen IedereenZorgt en Mooi Maasvallei het initiatief nemen om te starten met deze module. Het eigenaarschap van data blijft bij de individuele organisaties, wat belangrijk is voor draagvlak en vertrouwen.
Implementatieaanpak
De implementatie van de V&V-module verloopt in drie fasen. In de voorbereidingsfase worden keuzes gemaakt over implementatiestrategie, datalevering en governance, en worden werkafspraken opgesteld. In de implementatiefase wordt de module technisch en organisatorisch ingericht, inclusief training van gebruikers en het testen van processen. In de nazorgfase ligt de nadruk op adoptie, monitoring en doorontwikkeling. Regio’s kunnen kiezen voor een gefaseerde uitrol per subregio of voor een directe uitrol in de gehele regio. Beide strategieën hebben voor- en nadelen afhankelijk van de mate van samenwerking en beschikbare capaciteit. Onze ambitie is om eind 2026 live te kunnen gaan met de V&V module.
Datalevering en technische ontwikkeling
In de eerste fase wordt gewerkt met handmatige invoer van capaciteitsinformatie. Op termijn wordt toegewerkt naar automatische koppelingen met bronsystemen zoals ECD’s. Dit is noodzakelijk om de administratieve belasting te beperken en de datakwaliteit te verbeteren. De overgang naar automatische aanlevering is echter afhankelijk van leveranciers en technische ontwikkelingen en zal gefaseerd plaatsvinden.
Werkafspraken en samenwerking
Het succes van de V&V-module hangt sterk af van regionale werkafspraken. Deze afspraken bepalen welke informatie wordt gedeeld, hoe vaak deze wordt bijgewerkt en wie verantwoordelijk is voor de actualiteit. Daarnaast moeten afspraken worden gemaakt over samenwerking in de keten, bijvoorbeeld hoe capaciteit wordt benut en hoe triage plaatsvindt. Zonder deze afspraken blijft het systeem een technisch hulpmiddel zonder daadwerkelijke impact op de zorgpraktijk.
Adoptie en succesfactoren
De belangrijkste succesfactor is adoptie. Als organisaties hun capaciteit niet consequent invoeren of het systeem niet gebruiken, ontstaat geen betrouwbaar beeld en verliest het LPZ zijn waarde. Daarom is het creëren van draagvlak essentieel, evenals training en ondersteuning van gebruikers. Ook datakwaliteit en duidelijke governance zijn cruciaal. Monitoring en evaluatie zijn nodig om het gebruik te volgen en bij te sturen waar nodig.
Relatie met bredere transformatie
De V&V-module moet niet worden gezien als een losstaand ICT-project maar als onderdeel van een bredere transformatie richting zorgcoördinatie. Het draagt bij aan betere samenwerking in de keten, efficiënter gebruik van capaciteit en het voorkomen van onnodige zorg. Het is daarmee een belangrijke bouwsteen voor het toekomstbestendig organiseren van acute zorg. Voor regionale samenwerkingsorganisaties zoals de RSO VOORuit, IedereenZorgt en Mooi Maasvallei is het LPZ relevant omdat het een concrete invulling geeft aan ketensamenwerking en een brug slaat tussen verschillende domeinen.
Samenvatting
Het LPZ en specifiek de acute V&V-module vormen een essentiële stap in de ontwikkeling van zorgcoördinatie in Nederland. Door inzicht te bieden in beschikbare capaciteit wordt het mogelijk om patiënten sneller en beter te plaatsen en de druk op de zorgketen te verminderen. De implementatie vraagt echter niet alleen om techniek, maar vooral om samenwerking, afspraken en eigenaarschap in de regio. Daarmee is het project niet alleen een digitale ontwikkeling, maar vooral een organisatorische en bestuurlijke transformatie.